Das Ewig-Weibliche

“Das Ewig-Weibliche zieht uns hinan” schreef Goethe 180 jaar geleden en eigenlijk had het daar, wat het vrouwelijke betreft, bij kunnen blijven. Maar als de ideale wereld al bestaat, dan is het toch de onze niet en dus is het elke 8ste maart Internationale Vrouwendag. Waarop ook mannen die niet van bijzonder veel machismo kunnen verdacht worden, oog behoren te hebben voor De Eeuwige Vrouw.

Het probleem met Vrouwendag – nuja, één van de problemen – is dat het concept niet lijkt te kunnen kiezen. Vraagt Vrouwendag nu aandacht voor de onderdrukking van vrouwen wereldwijd (boerka’s en besnijdenissen elders, glazen plafond en loonkloof hier) of wil Vrouwendag vrouwen eren als de prachtige wezens die ze zijn? We krijgen een soort van mengelmoes, die de vrouw tegelijk viert én beklaagt.

Omdat het nu eenmaal niet binnen mijn mogelijkheden ligt om het lijden van de vrouw hier en daar wat te verlichten, zal ik het zelf houden op vieren.

Nog voor ik een bewonderaar was van de vrouwelijke vorm, was ik al een aanhanger van het vrouwelijke concept. Want van alle clichés die over vrouwen worden bovengehaald op Vrouwendag is er minstens ééntje echt wel waar: meisjes zijn stukken sneller volwassen dan jongens. Ik denk dat jongens daarmee beter af zijn, ik denk dat jonge mannen de schade naderhand ook wel weer goedmaken, maar er zijn een aantal jaren waar we hopeloos achter lopen op vrouwen die het een en ander veel sneller gesnapt hebben.

In die jaren van onverstand heb ik de meisjes in mijn leven vereerd op een manier die veel zuiverder is dan de liefde van later. Ik keek met grote ogen naar de rust die zij uitstraalden temidden van al onze drukdoenerij. Zij hadden zoveel geduld met ons, en alleen daarin al waren zij volstrekt superieur. Het is het eerste én het mooiste minderwaardigheidscomplex dat ze me ooit bezorgd hebben.

Versta het alsjeblief niet verkeerd, als verliefdheid. Dit is iets dat aan verliefdheid voorafgaat: fascinatie. Eén van mijn lievelingsboeken als kind – ik schaam me dat ik de naam vergeten ben – ging over een meisjesreus. Fantastisch vond ik dat. Eigenlijk zijn jongensreuzen niet zo speciaal: jongens zetten zo ook wel een grote bek op. Maar het idee “reus” lijkt wel haaks te staan op “meisje”. Omdat zij niet hun toevlucht zoeken in het grote gebaar. Omdat zij kalm en bescheiden, zonder diepe nood aan erkenning, zonder behoefte aan bewondering, al lang prinsessen zijn in hun eigen recht.

Later is daar vanalles bijgekomen – de vloek van de puberteit is dat het een aantal visies voorgoed verandert. Maar ik koester mijn aanvankelijk ontzag voor die meisjes die al vrouw waren toen wij nog liepen te ruziën over de beste dino. Het diepe respect is wel gebleven, en een deel van de jaloezie ook. En dus ja, Johann Wolfgang von Goethe: dat eeuwig-vrouwelijke drijft ook ons voort, zoals het dan klinkt in de vertaling die doet vrezen dat het Nederlands inderdaad maar een nederduits is, een bastaardbroertje van dat veel mooiere Duits.

Ik heb veel geluk met de meisjes in mijn leven. En tot nu toe heb ik de indruk dat zij  best representatief zijn voor hun zusters. Ach, eigenlijk heeft Lennaert Nijgh alles al gezegd over de meeste vrouwen in mijn leven. In het nummer Testament – dat u kent in de versie van Boudewijn De Groot – schreef Nijgh bijzonder treffend:

En dan heb ik nog een stuk of wat vriendinnen, 
die welopgevoed en zeer verstandig zijn,
en waarmee je dus geen donder kunt beginnen, 
maar misschien krijgt iemand anders ze wel klein.

Een gelukkige vrouwendag, allemaal.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: