“Waarom zijn we toch zo bang?”

PRIESTER JAN COPPENS OVER WAT HET IS EN WAT HET ZOU KUNNEN ZIJN

“Tachtig procent van de Vlaamse jongeren stelt geen vragen aan de Kerk. God en zijn gebod zijn niet meer aan hen besteed” zei Luc Van Looy, bisschop van Gent, onlangs in het tijdschrift van Wereld-Missiehulp. En dus gingen wij praten met een priester uit het bisdom van Van Looy: eerwaarde Jan Coppens, pastoor van Mere, Erpe en Ottergem.

Pastoor Coppens is 47, wat relatief jong is voor een Vlaamse priester. Hij is nog maar een paar jaar voltijds pastoor, want zijn eerste opdracht lag in het onderwijs. Hij staat met beide benen in een Kerk die het moeilijk heeft. In ons gesprek zal het opvallend vaak over angst gaan. De angst van jongeren, van wanhopige mensen en die van de Kerk zelf. Toch is dit geen wanhopig gesprek. Maar het begint wel met een pijnlijke vaststelling.

Tegenwoordig is een katholieke jongere bijna een curiosum.

JAN COPPENS: “Inderdaad, en ik heb dat nooit echt begrepen. Ik heb mij nooit beschaamd gevoeld als christen. Het is een eerbare godsdienst. Het wil de mensen niet arm en dom te houden. De boodschap van het Evangelie is dat alle mensen de moeite waard zijn om te leven. Iedereen wordt graag gezien.”

Hebt u daar in de godsdienstles veel leerlingen van kunnen overtuigen? U bent 18 jaar lang priester-leraar geweest in klassen met heel geseculariseerde jongeren.

“Ik heb nooit iemand kunnen bekeren, en dat is ook nooit mijn ambitie geweest. Maar de voortdurende confrontatie tussen mijn waarden en de jongerencultuur vond ik bijzonder boeiend. Ik vond het belangrijk om hun evidenties in vraag te stellen. In de godsdienstles kan je nog echt in de tegencultuur gaan staan.

Op het einde van de 20ste en in het begin van de 21ste eeuw hebben we jaren van enorme weelde gekend. Heel veel dingen waren schijnbaar evident geworden. Mensen werden versmoord door het consumentisme. Er werden geen vragen meer gesteld.”

Behalve dan in de godsdienstles?

“Ik wou een tegenstem zijn. En ik heb interessante discussies gehad in de klas. Ik hoop dat ik mijn leerlingen heb laten nadenken. Zij hebben mij zeker doen nadenken. Zij hebben mij veel geleerd.”

Wat dan zoal?

“Het viel me bijvoorbeeld op hoezeer de omgang met religie veranderd is. Er zaten vaak moslims in mijn les, en die waren meestal zeer overtuigd van hun geloof. Maar christelijke leerlingen – jonge mensen die ik kende als christenen – waren vaak beschaamd over hun eigen geloof.”

U benijdt de moslims hun meer complexloze geloofsbeleving?

“Ik begrijp niet waarom christenen zo bang zijn geworden om te zeggen dat zij christen zijn. Hoe komt dat toch? Moslims kwamen er trots voor uit, zelfs als ze helemaal alleen in de klas waren.”

Als het over katholiek godsdienstonderwijs gaat, valt het woord “indoctrinatie” wel eens. Dat is wellicht overdreven, maar u bent als priester natuurlijk nooit een neutraal figuur geweest.

“Neutraliteit bestaat niet. Je neemt altijd een standpunt in.  Iedereen is getekend door zijn achtergrond – godsdienstig of niet. Die idee van neutraliteit, die men van buitenuit aan het katholiek onderwijs wilt opleggen, is een grote illusie.

Maar het katholiek onderwijs heeft van binnenuit meer te vrezen dan van buitenuit. Er is een intern probleem dat ik jaren geleden al zag opduiken bij jonge stagiairs. Je kan godsdienst ook om den brode geven. In hoeverre leven godsdienstleerkrachten vandaag nog naar de christelijke idealen? Leerlingen voelen meteen aan wanneer een leerkracht niet gelooft wat hij zegt. En misschien ligt daar wel het belangrijkste probleem van het godsdienstonderwijs vandaag.”

U dringt nu aan op een sterke band tussen woord en daad, en dat doet ook monseigneur Léonard. Onlangs heeft de aartsbisschop laten optekenen dat gescheiden mannen misschien beter geen godsdienstleerkracht of directeur in een katholieke school zouden worden. Bent u het daar dan mee eens?

“Neen. Dat is niet wat ik bedoel. Voor gescheiden mensen voel ik veel begrip. Ik zie genoeg huwelijken waarbij het niet meer lukt. Bijna altijd stel je vast dat minstens een van de twee partners ook maar het slachtoffer is van een hele situatie. Je mag mensen daar niet op vastpinnen.

Ik bedoel dat je als christen echt moet geloven dat er een persoonlijke God is, die jou bemint. Je moet God in je leven een plaats geven. De hele crisis die we vandaag meemaken, zou je een Kerkcrisis kunnen noemen. Maar ik denk dat deze Kerkcrisis slechts het symptoom is van een veel diepere crisis.”

Een crisis in de bredere samenleving?

“In alles. Het gaat over een Godcrisis. Vandaag belijden veel mensen het Ietsisme: omdat er “iets” moet zijn, geloven ze in “iets”. Maar de boodschap van Christus is dat er Iemand is die betrokken is bij ons leven.

God is natuurlijk geen menselijke persoon zoals wij ons dat voorstellen. Het Mysterie van Zijn kunnen wij ons niet voorstellen. We hebben er personifiërende termen voor bedacht, omdat we alleen zo kunnen zeggen wat we bedoelen. Het is de enige manier waarop wij ons een relatie kunnen inbeelden.

Die innige band met de persoonlijke God verzwakt vandaag. En je kan discussiëren over de kerkstructuren en alle problemen daarrond, maar het meer fundamentele probleem is de Godsverduistering.”


DE GROOTSTE PIJN

Ik kan maar moeilijk de link leggen tussen die Godsverduistering en de schandalen die we recent hebben gezien binnen de Kerk.

“De Kerkcrisis is ouder dan de pedofilieschandalen. De Godsverduistering dateert al van de jaren ’60. De schandalen die er nu bijkomen, zijn nog verschrikkelijker. Er gaapt een bijzonder pijnlijke kloof tussen de boodschap van  de officiële Kerk en de misdaden van enkele duizenden Kerkdienaars. Woord en daad zijn niet meer coherent. En dan verlies je alle geloofwaardigheid.

Wie vandaag denkt aan “Kerk”, denkt aan “pedofielen”. Nochtans zijn veralgemeningen altijd drogredeneringen. Er zijn ook zeer veel priesters die daar nooit iets van geweten hebben.

Ik zou nooit priester zijn geworden als ik daar iets van geweten had. Ik begrijp maar al te goed dat de slachtoffers zo verschrikkelijk gekwetst zijn. Ik voel mij ook vreselijk gekwetst.”

Op welke manier voelt u zich als priester gekwetst?

“Je voelt je totaal voor schut gezet door die collega’s. Ik heb mij in dezelfde Kerk geëngageerd. Als een van je huisgenoten iets slechts doet, dan voel jij je ook verantwoordelijk – zelfs al heb je er rechtstreeks misschien iets mee te maken. (geëmotioneerd) Ik ken ook slachtoffers. Ik heb gezien hoe diep dat misbruik kan ingrijpen op een mensenleven (stil). Die pijn is enorm. Ik ben daar ziek van geweest.”

U spreekt over veralgemeningen. Het is inderdaad zo dat slechts een beperkte minderheid van geestelijken kinderen heeft misbruikt. Maar in veel gevallen heeft de kerkelijke hiërarchie het misbruik  toegedekt. Wanneer pedofiele priesters niet worden gestraft, maar slechts overgeplaatst naar een andere parochie: kunnen we dan niet spreken van een collectieve verantwoordelijkheid?

(beslist) Dat toedekken was een grote fout en het had nooit mogen gebeuren. Vroeger heeft men in de Kerk –  maar ook daarbuiten – onvoldoende ingeschat hoeveel leed dat misbruik veroorzaakt. Hopelijk hebben we uit al deze schandalen geleerd dat we als Kerk alert moeten zijn. En er zijn veel mensen binnen de Kerk die zeer gekwetst zijn dat men daar vroeger niets tegen gedaan heeft.”

Treedt men dan nu wel genoeg op? De “straf” voor de gewezen Brugse bisschop Roger Vangheluwe valt zéér magertjes uit: België verlaten en spirituele begeleiding volgen. Het Vaticaan spreekt dan nog van een ernstige straf. U begrijpt toch dat veel mensen dat onmogelijk serieus kunnen nemen?

“Ja. De Belgische wetten zeggen wel dat de misdaden van Vangheluwe verjaard zijn. Daar kunnen we niets aan doen.”

Maar kan de Kerk niet zelf extra optreden tegen iemand als Vangheluwe? De man is ook een symbool geworden.

“Ik wacht daar op. Samen met u.”

Ik wacht daar niet op: ik hoop daar op. U ook?

“Ja, ik hoop daar op. Vergeving is een kernbegrip uit het Evangelie, maar in de Kerk kan vergeving niet zonder penitentie. Vroeger moest je tenminste nog naar Compostella. Om vergeving te kunnen krijgen, ging je op een levensgevaarlijke pelgrimstocht. De helft van de boetelingen keerde niet eens terug. (aarzelend) Ik vind dat men er vandaag nogal goedkoop vanaf komt.”

 

DE GROOTSTE VRIJHEID

U hamert erop dat de Kerkelijke essentie haaks staat op het misbruik. Anderen zullen beweren dat de Kerk het misbruik in de hand heeft gewerkt door het celibaat te blijven verplichten.

“Daar geloof ik niet in. Kijk naar incestplegers: dat zijn niet zelden getrouwde mensen. Ook niet-celibatairen misbruiken kinderen. Ik begrijp dat écht niet. Hoe kan men zich nu seksueel aangetrokken voelen tot kinderen?

Het celibaat is een zinvolle levensinvulling. Maar het zou wel beter zijn om het celibaat vrij te laten. Door het celibaat te verplichten, dring je het ook op aan enkele mensen die beter nooit priester waren geworden.

De meeste pedofiele priesters komen uit de oudere generatie. Die mensen zijn priester geworden in een tijd waarin het nog een grote sociale promotie was om priester te worden. In die context heeft de Kerk ook mensen aangetrokken die eigenlijk niet geschikt waren.”

Tegenstanders zeggen dat het celibaat per definitie tegennatuurlijk is, omdat de mens zijn seksualiteit niet zou mogen onderdrukken.

“Dat geloof ik niet. Voortplanting is onze diepste drift. Maar toch kan ik als normale man voor iets anders kiezen. Dat vind ik de grootste vrijheid.”

Hebt u dan nooit moeite gehad met dat deel van uw roeping?

“Ik had mezelf ook in een gewone relatie gezien. Ik ben ook maar een man. Maar op een bepaald moment moet je kiezen. En dan moet je trouw blijven aan die keuze. Ik voel mij niet misvormd omdat ik celibatair leef. Er leven zoveel mensen celibatair op deze wereld, om tal van redenen.”

Zou u voor het celibaat gekozen hebben als dat bij uw wijding een vrije keuze zou zijn geweest?

“Dat weet ik niet. Het is heel dubbel: enerzijds ben ik door mijn celibaat vrij om voluit voor mijn engagement te kiezen. Anderzijds worden wij priesters misschien te weinig gecorrigeerd. Er is niemand die ons wijst op onze foutjes.

Ik ben als seminarist en als priester wel verliefd geweest. En ik denk dat ik af en toe nog verliefd word. Ik denk ook niet dat daar iets verkeerd aan is.”

Er is niets verkeerd aan, maar door uw roeping als priester kan u er geen gevolg aan geven.

“Ik moet dat loslaten om trouw te blijven aan mijn engagement. Als ik alles op een rijtje zet, ben ik met mijn keuze een gelukkig mens. Waarom zou ik dat opgeven?

Het celibaat afschaffen zal het ambtsprobleem in de Kerk ook niet oplossen. In de protestantse kerken, waar priesters kunnen trouwen, zie je dat er óók een tekort aan roepingen is.”

Op internet circuleert een petitie die uitgaat van enkele West-Vlaamse priesters. In een oproep aan de Belgische bisschoppen wordt onder andere gepleit voor gehuwde priesters. Al enkele duizenden mensen hebben getekend. Wat vindt u van dat initiatief?

“Ik ben het eens met het buikgevoel van die petitie. Ik vind het jammer dat de Kerk zo bang is om bekwame mensen een mandaat te geven. De celibataire mannelijke priester is aan het verdwijnen. Maar men kan christengemeenschappen toch niet laten afhangen van een beschikbare priester? De gemeenschap is er niet voor de priester: de priester is er voor de gemeenschap. Wanneer er geen priesters meer gevonden worden,  dan moeten bekwame leken die engagement willen opnemen een mandaat krijgen. Geef ze een wijding. Zowel mannen als vrouwen.”

Op dit ogenblik zit zo een drastische koerswijziging er niet bepaald aan te komen.

“Zeker niet vanuit Rome. Want de wereldkerk denkt mondiaal. Vanuit het Vaticaan gezien is dit een Westers of een Vlaams probleem. In pakweg Afrika wordt het celibaat niet in vraag gesteld.”

Toch kan het verplichte celibaat – een canonieke wet – enkel in Rome worden herroepen. De oproep aan het adres van de Belgische bisschoppen is dus eigenlijk zeer naïef.

“Eigenlijk zou men de hele Kerkstructuur moeten herdenken. Een wereldkerk is moeilijk werkbaar. Hoe kan je nu een wereldwet maken? De Katholieke Kerk zou patriarchaal moeten werken, zoals de Orthodoxe Kerk. Het Westen – en daarmee bedoel ik Europa en Noord-Amerika – heeft andere noden dan Afrika of bepaalde Aziatische landen. Als er in het Westen geen voorgangers meer zijn, dan mogen de gemeenschappen niet sterven. Dan moet er voor het Westen een aangepaste oplossing gezocht worden. De structuur van de Kerk moet een middel zijn om het Evangelie te beleven.  Hoe kunnen wij bij ons in de toekomst het Evangelie nog gestalte geven in beleven, vieren en naastenliefde? Dat is de enige vraag die telt. Al het andere, dat zijn slechts de middelen. Ik begrijp de krampachtigheid van de kerkelijke hiërarchie niet. Het Evangelie roept juist op tot vrijheid.”

Zal een patriarchale structuur niet leiden tot een versplintering van de universele Kerk?

“Katholicisme betekent verbondenheid met medegelovigen over de hele wereld. Maar binnen de Kerk moet er een diversiteit kunnen zijn aan geloofsbeleving. Als men dat halsstarrig blijft weigeren, dan komen er misschien afsplitsingen. En dat zou niet goed zijn.

De grote sterkte van de Katholieke Kerk is dat er zoveel ruimte is voor verschil. Al de verschillende protestantse kerkjes zijn een soort visbokaaltjes waar iedereen zichzelf heeft opgesloten in het eigen grote gelijk. Maar katholicisme is zwemmen in een diepe zee. Eén grote ruimte, met heel conservatieve en heel progressieve christenen – en alles daartussenin. Van Opus Dei tot Christenen voor het Socialisme. En de sacramenten verbinden iedereen. We discussiëren over veel, maar we blijven samenkomen rond dat ene brood van Christus.”

Over de sacramenten gesproken: ondertussen zijn er nog maar enkele tientallen priesters actief in Vlaamse gezondheidsinstellingen.  En dus kunnen vele stervenden met een diep geloof geen priester meer zien voor ze sterven.

“En daar laat de Kerk de mensen in de steek. Omdat men vasthoudt aan een bepaalde visie en ambtsstructuur. In de praktijk zie je dat veel pastorale lekenhelpers de ziekenzegening geven in plaats van de laatste sacramenten. De ziekenzegening is strikt genomen geen sacrament, maar die zieken voelen zich daar wel mee gesterkt. De basis zal zelf wel wegen zoeken om de zieken nabij te blijven. Structuren zijn nog maar zelden hertimmerd van bovenuit:  ze worden van onderuit veranderd.  Als men zo lang blijft talmen, zal de basis steeds vaker eigen initiatieven nemen. Ik begrijp dat. Ik zou hetzelfde doen.”

 

DE GROOTSTE KLACHT

Kerkcritici blijven aandringen op een Kerkleiding die zelf hervormingen doorvoert. Hans Küng heeft in  zijn boek “Is de Kerk nog te redden?” enkele maatregelen opgesomd die de Kerk moeten redden…

“Küng is altijd de kiezelsteen in de schoen van het officiële apparaat geweest. De laatste tijd komt hij af en toe wat zurig over. Maar hij is vaak profetisch geweest. Met paus Benedictus XVI zijn we verder dan ooit van huis. Er wordt een soort retropolitiek gevoerd.”

U heeft nu wel wat kritiek op de kerkelijke hiërarchie…

“Opbouwende kritiek. Ik betreur dat men zo bang is. In de Bijbel staat tientallen keren: “Vreest niet”. “Wees niet bang”. Waarom zijn we nu zo bang? Uit zelfbehoud? Ik weet het niet.”

Hans Küng stelt onder andere voor om bisschoppen te laten verkiezen door priesters en lekenhelpers. Gelooft u daarin?

“In de protestantse kerken gebeurt dat. Ook pastoors worden daar aangesteld door een ouderlingenraad. Maar het nadeel van een democratie is dat men vaak niet kiest voor de meest bekwame, maar voor de meest populaire. Ik ben democraat in hart en nieren, maar ik betwijfel of je dat in onze Kerk kan organiseren.”

Ik vraag het omdat ik vermoed dat de Belgische kerk nooit een Léonard tot zijn aartsbisschop zou hebben verkozen.

“Léonard zoekt de confrontatie. Het is alsof hij ervan leeft. Maar ik heb ook het gevoel dat de pers hem zoekt. Er wordt vaak een vertekend en eenzijdig beeld geschetst. Dat zie je ook bij de berichtgeving over het Vaticaan.  Men schrijft enkel over Rome als het iets te maken heeft met seks. Alsof dat de grootste klacht van de Kerk is!”

Als de pers Léonard zou zoeken, dan maakt hij het de pers wel makkelijk.

“Heel makkelijk!”

Op die manier heeft hij de Kerk toch al meer kwaad dan goed gedaan?

“Het erge is dat er na een tijd een soort onverschilligheid ontstaat. Ook binnen de Kerk halen de mensen gewoon de schouders op.”

Het probleem is misschien ook: vroeger had je ook al dat conservatieve Vaticaan, maar daartegenover stond wel een kardinaal als Danneels, die populair was, geen controversiële uitspraken deed en gematigd was.

“Danneels was een goeie spreker, die altijd hele mooie beelden wist te kiezen.”

Maar met Léonard plaatst de officiële Belgische Kerk zich volgzaam op de lijn van Rome.

“Bestaat “de Belgische Kerk” wel? Het is vooral de plaatselijke kerkgemeenschap die mij aanspreekt. In verbondenheid met het bisdom en met de Wereldkerk. Maar ik leef wel hier.”


DE GROOTSTE ANGST

Als er vandaag over de Kerk gesproken wordt, dan gaat het bijna altijd over de schandalen of intern-kerkelijke aangelegenheden zoals het priestertekort. Het gaat bijna nooit over de boodschap die de Kerk voor de wereld heeft.

“Het gaat te weinig over de essentie van geloof. De Kerk probeert een tegenstem te zijn, maar die stem wordt amper gehoord. Ik lees weinig over de zorg voor de zieken, de armen, de zwakken…”

Maar laat de Kerk die stem zelf wel genoeg weerklinken? Een voorbeeld: over de torenhoge zelfmoordcijfers – een van de grootste maatschappelijke problemen van vandaag – hoor je de Kerk nooit.

“Ik spreek daar in mijn eigen kerk wel over. Het is mijn diepste overtuiging dat de mens geen individu is. We houden het niet vol als we alleen staan. In onze samenleving is het sociale weefsel weggedeemsterd, en er is niets in de plaats gekomen. En dan valt het hele gewicht dat een leven kan zijn soms op één paar schouders. Vroeger droeg men elkaar. En de zelfdodingcijfers liggen vandaag ook lager in samenlevingen waar men meer voor elkaar zorgt.

Opnieuw zie je hier de nefaste gevolgen van de Godsverduistering. Want als er niemand is die je nog graag ziet, bij wie je terecht kan, die je perspectief geeft: dan maakt het niet meer zoveel uit of je dood bent of leeft. Maar het is bijna een taboe om de hoge zelfmoordcijfers in verband te brengen met de Godscrisis.

Het kenmerk van de christen is dat hij zelfs in de diepste miserie gelooft dat er hoop blijft. De zelfmoordgedachte steekt op wanneer die hoop wegvalt. In onze samenleving hebben we veel welvaart, maar weinig welzijn. De kerken lopen leeg, maar tegelijkertijd zitten de gevangenissen en de psychiatrische instellingen overvol, en is het aantal zelfdodingen nooit zo hoog geweest.

Ik zeg niet dat God de mirakeloplossing is voor een maatschappelijk probleem als zelfdoding. Maar als in een samenleving God verzwegen wordt, dan zetten we onszelf voor blok. Mensen zijn diep religieuze wezens. Probeer een kind zonder geloof op te voeden, en het zal de zon gaan aanbidden. Door religie te ontkennen, ontkennen we onszelf.”

Maar wat u nu zegt over zelfmoord…

“Zelfdoding. “Moord” heeft een morele connotatie. We mogen de hele verantwoordelijkheid hier niet bij de dader leggen. Die mensen zijn radeloos. Ik denk dat je jezelf pas doodt als de angst om te leven groter is geworden dan de angst om te sterven.”

Ik vind ook dat we – zelfs in ons woordgebruik – suïcideplegers niet mogen veroordelen. Maar de harde term “zelfmoord” is voor mij de enige die volledig recht doet aan het ongemeen harde, het ruwe en rauwe karakter van zelfmoord voor een omgeving. Dat verdraagt geen eufemismen.

“In mijn eigen familie heb ik het ook meegemaakt. Ik heb mijn eigen schoonbroer zo begraven. Bij de omgeving is er vaak ook een soort kwaadheid. Waarom doe jij mij dit aan? Ik denk dat we het nooit helemaal zullen begrijpen. Ik heb een hele lieve vrouw gekend die schijnbaar alles had om gelukkig te zijn. Maar in haar afscheidsbrief stond: “ik kan niemand meer gelukkig maken”. (aangeslagen) Zij dacht, om God weet welke reden, dat ze een last was voor ons…Dat kunnen wij niet verstaan.

Het is een symptoom van een samenleving die op hol is geslagen. Terwijl we zo rijk zijn aan dingen. Opeens waren al onze wensen werkelijkheid geworden, en we zeiden: “is het maar dat?”. Kunnen blijven verlangen is ook een groot geluk.”

De Kerk heeft daar wel een verhaal. Maar daar hoor ik de bisschoppen dus nooit over.

“Omdat ze toch niet zouden beluisterd worden. Daar schrijft de pers niet over. Johannes Paulus II, de vorige paus, heeft in vele encyclieken zeer scherpe kritiek geleverd op het kapitalisme, het individualisme en de mateloze hebzucht. Maar heeft dat ooit in de krant gestaan?”

 

DE GROOTSTE LIEFDE

Laten we het dan over de Boodschap hebben. Heeft u eigenlijk een favoriete Bijbelpassage?

“Matteüs 25. Dat is het fragment dat mij alles in vraag doet stellen. Het is de bekende passage waarin Jezus uitlegt wie de rechtvaardigen zijn. “Ik was naakt, en gij hebt mij gekleed. Ik was hongerig en gij hebt mij gevoed. Ik was dorstig, en gij hebt mij te drinken gegeven”. Met de beroemde conclusie, een van de beste dingen in heel het Evangelie: “Wat gij aan de minste mens hebt gedaan, dat hebt ge aan Mij gedaan”. Daar staat niets over kerkelijke structuren, niets over sacramenten, niets over uitvaarten en doopsels – de zaken waar ik doorgaans een hele dag mee bezig ben. Maar die ene vraag: hebt gij de Ene gezien in het gelaat van de mensen? Elke dag vraag ik mij af of ik wel geleefd heb naar die code.”

Het is ook een oproep om onze wrede natuur te overstijgen. Deze boodschap gaat in tegen het recht van de sterkste. Dat is het genie van het christendom. Het verwijt van Nietzsche is dat het christendom een slavenmoraal is die ons als strijdbare wezens verzwakt. En dat is juist. Ik vind het fantastisch dat wij wezens zijn die in staat zijn om het omgekeerde te doen dan wat de natuur ons ingeeft.”

Maar u koppelt God en Mens dus niet los? Onlangs las ik in een brochure van de vrijzinnige Huizen van de Mens:  “In tegenstelling tot de Kerk zetten wij niet God, maar de Mens centraal”.

“Het is vals om God en de Mens tegen elkaar uit te spelen. Je kan die twee niet scheiden. In het Lucasevangelie  staat: “Bemin God boven alles, en de naaste als uzelf”. En die twee zijn gelijk aan elkaar. Geloof is niet alleen God, het is een constante wisselwerking. Het is zoals een kruiswoordraadsel. Soms concentreer ik me op de horizontale lijnen, en probeer ik die zo goed mogelijk in te vullen. Dat horizontale is mijn engagement tegenover de mensen. Ik zal steevast horizontaal beginnen. Maar soms kom ik daar vast te zitten. En dan moet ik verticaal beginnen zoeken. Dat is de dimensie die wij transcendent noemen. Niet-gelovigen zeggen dat ze het verticale niet nodig hebben. Goed voor hen. Maar ik kan dat niet.”

Is er in heel dat verhaal nog voldoende plaats voor twijfel?

“Natuurlijk.”

Atheïsten zien geloof vaak als een gemakkelijkheidoplossing: het antwoord op alle vragen. Wie eenmaal gelooft hoeft daarna niet meer te denken.

“Als gelovige heb je ook niet het antwoord op de vele levensvragen. Misschien zeggen wij in de Kerk te weinig dat we het ook niet allemaal weten. Af en toe moet ik dat openlijk erkennen. Waarom moet een moeder van drieëndertig met drie kleine kinderen sterven? Ik weet dat niet. Ik ben God niet. En Hij weet het misschien ook niet.”

Denkt u dat de antwoorden ooit komen, in een volgend leven?

“Ik geloof dat we ooit gaan thuiskomen. Maar ik probeer mij geen concrete voorstelling te maken van dat hiernamaals. We kunnen over dat volgend leven enkel in beelden spreken. Zoals ook in de Liefde. Maar ik ben niet bang van wat er na de dood zal zijn.

Een vriend, een oude priester, heeft vlak voor zijn dood tegen mij gezegd: “ik zal nieuwsgierig sterven. En uitkijken naar de grote liefde”. Dat is mij bijgebleven: de grote liefde. Zo moet ons thuiskomen zijn.”

Als priester komt u veel in aanraking met de dood.

“Er zijn vele zieken waar ik me persoonlijk verbonden mee voel. Mensen waarvan ik hoop dat ze het halen omdat ik het echt niet zie zitten om voor te gaan in hun begrafenis. Ik heb mijn beste jeugdvriend begraven en dat was een van de moeilijkste dingen die ik ooit gedaan heb. Mijn eigen vader en moeder kan ik niet begraven. Op die momenten wil ik samen met mijn familie rouwen. Ik heb dat recht. En dat heeft niets te maken met een gebrek aan geloof: Jezus huilde ook toen zijn vriend Lazarus dood was. Verdriet kunnen hebben is ook een teken van Liefde.”

Heeft u het gevoel dat het uiteindelijk enige zin heeft gehad?

“Mijn keuze heeft mij niet ontgoocheld. Integendeel. Toen ik mij liet wijden, wist ik dat de kerksituatie zou veranderen. Maar toch is het ten volle geworden wat ik voor ogen had. Het is zelfs nog beter geworden. En ik heb vertrouwen. Het Evangelie zal blijven spreken, zelfs als er geen kerken meer zijn. Het is te humaniserend. De boodschap is te sterk.”

 MICHAËL DEVOLDERE

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: