“Het loopt ten einde”

EEN VRAAGGESPREK MET MARK GRAMMENS OVER LINKS VLAAMS-NATIONALISME, JOURNALISTIEK VANDAAG EN DE LAATSTE STAATSHERVORMING

Mark Grammens is een fenomeen. Al meer dan drieëntwintig jaar publiceert hij elke twee weken een nummer van zijn eigenzinnig eenmansblad Journaal. Grammens, die er een lange journalistieke carrière heeft opzitten, is ondertussen achtenzeventig jaar. Maar hij heeft nog niets van zijn scherpte verloren. Als Vlaams-Nationalist heeft hij vaak een progressieve koers gevaren. Had hij in het begin van zijn carrière goede banden met het ACV, dan noemde hij zichzelf later socialist. Als jong politiek redacteur zorgde hij ervoor dat het jezuïetenblad De Linie een minder rechtse koers ging varen. Als hoofdredacteur van De Nieuwe legde hij vaak sociale accenten. En ook in Journaal neemt hij vaak sociaal bewogen standpunten in. Toch wordt Grammens de laatste jaren vaak rechts, conservatief of verzuurd genoemd. Meer zelfs…

…men omschrijft u soms als “huisfilosoof van het Vlaams Belang”.

Mark Grammens: “Zelfs Manu Ruys heeft mij ooit ‘inspirator van het Vlaams Blok’ genoemd. Het klopt niet, maar ik kan begrijpen dat men zoiets zegt. Ik heb het Vlaams independentisme altijd op een rationele manier verdedigd. En ik heb het cordon sanitaire van bij het begin afgewezen. Iedereen die het cordon afwees, werd beschouwd als een Blokker. Wat ik nooit ben geweest. “

Men verwijt u dat u het racisme van het VB nooit voldoende hebt afgewezen en veroordeeld.

“Ik verwijt het Vlaams Belang dat ze een perceptie hebben gecreëerd van racisme. Daarmee hebben ze zichzelf verzwakt. Maar ik heb nooit geloofd dat het racisme de echte reden was voor de hetze tegen die  partij. Misschien was het racisme de reden voor een paar mensen. Er waren veel eerlijke Vlaamse mensen voor wie dat racisme zeer zwaar doorwoog. Maar niet voor de politieke klasse. Voor hen had het cordon veel meer te maken met het independentisme van het Blok.

Dat zie je nu ook bij de N-VA. De N-VA kan men geen racisme aanwrijven, maar toch bestaat er eigenlijk een cordon tegen die partij. Als Bart De Wever een Koninklijke opdracht krijgt, dan wordt die op voorhand ingekort tot veertien dagen. En Elio Di Rupo krijgt zes maanden! Ik wist al van bij het begin dat het racisme niet de echte reden was voor die vijandschap tegen het Vlaams Blok. En daarom vond ik het niet passend om mij daar al teveel tegen af te zetten.

Ik had vroeger ook nogal wat vrienden in Vlaams Belang-kringen. Maar dat is vandaag niet meer zo. Ik had wel een goede relatie met Frank Vanhecke, de vorige voorzitter.  Met het huidige bestuur heb ik weinig of geen banden. Ik ben de laatste tijd steeds kritischer voor het Vlaams Belang. En dat heeft veel te maken met de betreurenswaardige gebeurtenissen rond Vanhecke en Marie-Rose Morel.”

Het luidt ook dat Grammens verzuurd is.

“Dat wordt gezegd omdat ik de naoorlogse repressie nog altijd blijf aanklagen. Iemand die nogal veel naar het verleden terugkijkt, noemt men makkelijk verzuurd. Maar dat is een vorm van verzuring waar ik trots op ben. Ik ben daar niet beschaamd om en zie dat als een geuzennaam. We zouden moeten beschaamd zijn omdat we nog steeds het enige land in Europa zijn dat nooit amnestie heeft uitgevaardigd. En dat komt omdat dit een artificieel land is, een kwetsbaar land dat los aan elkaar hangt en zich voortdurend moet verdedigen.”

 VLAAMSE DEMOCRATEN

In dat kwetsbare land bent u complexloos Vlaams-radicaal…

“Dank u! Dat is vriendelijk van u.”

Graag gedaan. Maar vervalt die radicale houding niet vaak in “zeuren en treuren” zoals Hugo Schiltz dat heeft genoemd?

“Het gevaar dat men altijd hetzelfde gaat herhalen? Ja, dat gevaar bestaat.”

Het beeld van de kaakslagflamingant wordt heel vaak tegen het Vlaams-Nationalisme gebruikt…

“Ja. Maar langs de andere kant: moeten wij zwijgen over die kaakslagen? Vroeger had je in een krant als De Standaard een vaste rubriek gevuld met kaakslagen. Daarin werden mistoestanden en schendingen van de taalwet aangekaart. Geen enkele Vlaamse krant zou nu nog zo een rubriek publiceren. Omdat men dat te min vindt. Maar is de toestand daarom ook heel erg veranderd? Ik maak me sterk dat ik Journaal volledig zou kunnen vullen met kaakslagen. Ik doe dat niet, maar ik zou het zeker kunnen. De bestaande taalwetten worden nergens in Brussel ernstig toegepast. Ik kan dat schrijven, omdat ik vrij ben van elke verplichting die de gewone pers heeft. Niet teveel, maar af en toe een klein stukje om erop te wijzen dat er nog steeds mistoestanden bestaan. Je moet vooral niet denken dat het allemaal voorbij is.”

We hebben het nu  gehad over de etiketten die anderen u toebedelen. Maar waar situeert u zichzelf op ideologisch gebied?

“Och, eigenlijk moeten mijn lezers dat maar afleiden uit wat ik schrijf. Ik heb nooit op een lijst gestaan. Maar in het jaar 1965 heeft er even een partij bestaan met de naam ‘Vlaamse Democraten’, waar onder andere Antoon Roossens, Staf Verrept en Daniël Deconinck deel van uitmaakten. Allemaal vrienden van mij. De Vlaamse Democraten hadden zich afgescheurd van de Volksunie, omdat ze die partij te rechts vonden. Zij waren flaminganten, maar zij verdedigden dat Vlaams zelfstandigheidsstreven vanuit democratisch oogpunt. Dat perspectief heb ik heel erg geapprecieerd. Ik voelde mij heel goed bij die Vlaamse Democraten. Ze hebben niet lang bestaan. Ik heb nooit een lidkaart van die partij gehad, maar daar kan ik mezelf ongeveer situeren.”

Een Vlaams-Nationalisme met een duidelijk linkse invulling dus. Vandaag is het Vlaams-Nationalisme veeleer rechts getint. Vindt u dat niet jammer?

“Neen, eigenlijk vind ik dat niet zo bezwaarlijk. Vlaanderen moet zijn wat Vlaanderen is. Er is in onze hele geschiedenis nooit echt een linkse Vlaams-Nationalistische partij geweest. Er waren wel de Vlaamse Democraten, in de 19de eeuw had je in Antwerpen de Meetingpartij en na de Eerste Wereldoorlog had je in de verschillende opkomende partijen ook heel wat linkse elementen. Maar je kan dat niet echt linkse partijen noemen, en het is nooit blijven duren. Er zijn wel altijd individuele linkse flaminganten geweest, al van bij het prille begin. Ook in de culturele wereld, denk maar aan Paul Van Ostaijen. Maar het werd nooit partijpolitiek verankerd. En dat is ook niet zo belangrijk, want die linkse flaminganten hebben altijd hun invloed gehad.

Ik betwijfel of een georganiseerde Vlaamse linkerzijde het had kunnen halen. In wezen is Vlaanderen altijd niet-links geweest. ‘Rechts’ is misschien overdreven, maar toch zeker ‘niet-links’. Hoelang hebben wij in Vlaanderen niet de absolute meerderheid van de CVP gekend?

Zelfs toen de Belgische linkerzijde zijn hoogtepunt beleefde, net na de Tweede Wereldoorlog, was de verkiezingsuitslag voor links in Vlaanderen eerder pover. Je had toen in Aalst en in Antwerpen wel een communistische verkozene, maar in Wallonië waren het er zesentwintig!”

Is het waar dat u nog hebt opgeroepen om voor de communist D’Orazio te stemmen?

(lacht) “Ja, bij de federale verkiezingen van 1999. Maar dat moet je in zijn context zien. Roberto D’Orazio was toen een bekende arbeidersleider. Hij was een Maoïst, die bekend was geworden door de sociale strijd rond de Forges de Clabecq.  Ik heb D’Orazio aangeraden aan Vlaamse vrienden die in Brussel moesten gaan stemmen. Dat waren mensen die voor Vlaamse onafhankelijkheid waren, maar het Vlaams Blok te rechts en racistisch vonden. Ik heb hen toen met een boutade gezegd: zorg ervoor dat in Wallonië de communisten de verkiezingen winnen. Want Vlaanderen zal een communistisch Wallonië nooit aanvaarden. Vlaams-Nationalisten zouden voor extreem-links moeten stemmen, maar dan wel Waals extreem-links. Dan zal Vlaanderen voor de onafhankelijkheid kiezen.”

DE ALLERLAATSTE

In uw Essay over de toekomst van Vlaanderen schetst u in 1992 twee grote uitdagingen. Ten eerste de confrontatie met Wallonië die onder het voorwendsel van ‘solidariteit’ de Vlaamse welvaart bedreigt. Ten tweede  de groeiende macht van Europa dat het democratisch inspraakrecht van de Vlamingen in het gedrang brengt…

En nu twintig jaar later geldt dat nog steeds. Ik zou dat essay opnieuw kunnen uitgeven, met slechts een paar aanvullingen. Ik denk nog altijd precies hetzelfde. Ik weet het wel: ik ben verzuurd, ik lig op azijn (lacht).”

Is de politieke crisis van de laatste vier jaar dan een verderzetting van een oude evolutie, of ziet u een keerpunt?

“Dit is geen keerpunt. Ik denk wel dat de reeks staatshervormingen ten einde loopt. Als deze zesde staatshervorming zal doorgaan, dan zal het de allerlaatste zijn. Bij wijze van boutade: de volgende stap zal niet meer een Belgische staatshervorming zijn, maar wel de Vlaamse staatsvorming. En dan is het hard tegen hard.

De staatshervorming is te moeilijk geworden. Het is een kwestie die enorm veel energie vergt. Politieke energie, maar ook de aandacht van de hele bevolking. En met een resultaat dat op het einde vrij onbelangrijk is. De voorstellen die nu op tafel liggen over de staatshervorming zouden beter niet worden uitgevoerd. De belangrijkste nieuwigheden van de zesde staatshervorming versterken de Franstalige positie voor wanneer er serieus moet worden onderhandeld over de splitsing. Voor mij hoeven zulke staatshervormingen niet meer. De Wever heeft dat nu ook gezegd, en hij heeft gelijk. Die brave man zegt wat ik zeg! Nu kunnen ze over mij zeggen dat ik de huisfilosoof ben van de N-VA. (lacht).

Over de N-VA gesproken: zal die partij zich lang kunnen handhaven als grootste partij van België, of was de steile opgang van die partij een accident de parcours?

“Dat is onvoorspelbaar. De toekomst van de N-VA zal bepaald worden door de omstandigheden. Er zijn zoveel belangrijke buitenlandse en economische factoren waar wij geen vat op hebben. Wat gaat er gebeuren als wij echt een zware recessie krijgen? Kan de N-VA daar op inspelen? Ze hebben in ieder geval het grote voordeel om te kunnen spreken vanuit de oppositie.”

Er wordt gezegd dat het succes van N-VA volledig gebouwd is op de figuur van Bart De Wever.

“Dat is onterecht. De Wever draagt bij tot het succes van de N-VA, maar dat soort dingen zijn altijd een wisselwerking. Zijn toekomst én die van de N-VA zijn onzeker. Maar het is wel zeker dat we in de komende zes maanden heel veel gaan beleven. Ik wou dat ik opnieuw twintig jaar was, want ik zou het allemaal zeer spannend vinden.”

U draait al heel lang mee: vindt u het nu nog wel spannend?

“Ik zal u een geheim vertellen. De laatste maanden overwoog ik om te stoppen met Journaal. Die vraag stel ik me de laatste jaren elke herfst opnieuw. Maar ik heb na rijp beraad besloten om nog even verder te doen. Precies omdat ik mij ervan bewust ben dat we in een buitengewoon belangrijke situatie zitten. In de wereld, in Europa en in Vlaanderen. De volgende maanden worden te belangrijk. Ik wil nog inspraak hebben.”

 

PAKKEN PAPIER

U vindt dat u nog nodig bent. Schiet de reguliere Vlaamse pers dan tekort?

“Ik ben niet zo te spreken over de Vlaamse pers (lachje). Vroeger was de pers beter, maar als ik dat zeg ben ik natuurlijk verzuurd (lacht hartelijk). Iedereen mag zelf oordelen: ga eens naar de Albertina, de krantenbibliotheek in Brussel, en bekijk een krant van 1960 of 1970. Vergelijk ze met dezelfde krant vandaag. Je zal zien: de kwaliteit is niet beter nu. Wel twaalf keer zoveel papier, maar dat is slechts papier. We hebben nu ook meer variatie. Alle mogelijke onderwerpen komen aan bod. Zelfs de problemen van lesbische vrouwen met kinderen. Daar had de krant vroeger geen aandacht voor.”

Er zijn ook dingen verdwenen. U bent uw  carrière als journalist begonnen als krantencorrespondent in Londen. Dat zou vandaag veel moeilijker zijn in Vlaanderen.

“Toen ik in 1956 naar Londen ging, was ik daar één van dríe buitenlandcorrespondenten. In Londen alleen al. Nederland had er twaalf correspondenten. Nu is er niemand meer. Dat is ook voor jonge journalisten heel erg jammer, want als buitenlandcorrespondent leer je de stiel pas echt. Je kan je dan niet beperken tot één sector, maar je moet overal verslag over uitbrengen. Als ik nu een dagblad zou beginnen, dan zou ik al mijn jonge journalisten meteen weer buiten jagen. Naar het buitenland. Met de boodschap: ‘Trek de wereld in, en leer uw job’ (lacht).”

Kan de buitenlandse berichtgeving ook zonder die correspondenten? U hebt destijds het Tijdschrift voor Diplomatie opgericht.  In Journaal schrijf u nog altijd regelmatig een Diplomatiek Commentaar. Hoe beoordeelt u de buitenlandpagina’s van Vlaamse kranten?

“Die zijn abominabel. Vroeger had iedere krant een hoofdartikel Buitenland. Elke dag! Karel Van Cauwelaert in Het Volk, Louis Kiebooms in de Gazet van Antwerpen, Hubert Leynen in Het Belang van Limburg… Het commentaarstuk van De Volksgazet was zeer goed. Op de eerste pagina van De Volksgazet stond Jos Van Eynde, een socialistische personaliteit.  Op de tweede pagina stonden de pastoors die zich vergrepen hadden aan een of ander misdrijf (lacht smakelijk). En op de derde pagina, elke dag, een uitstekend commentaar Buitenland. Maar dat bestaat nu niet meer.”

Jos Van Eynde was tegelijkertijd hoofdredacteur én Kamerlid voor de Belgische Socialistische Partij (BSP). Het perfecte bewijs dat de kranten politiek toch vergaand verzuild waren…

“En zijn ze dat nu niet meer? Ze zijn nog steeds verzuild. Waarmee ik bedoel dat ze voorspelbaar zijn. Ik kan het hoofdartikel dat morgen in De Standaard, De Morgen of Het Laatste Nieuws verschijnt zonder enig probleem nu al schrijven. Dat is ook een vorm van verzuiling. Alleen klitten ze nu allemaal samen in één zuil. Neem nu de manier waarop alle Vlaamse kranten – behalve dan Gazet van Antwerpen en De Tijd in beperkte mate –Di Rupo nu al meer dan zes maanden steunen. Ongelofelijk! Alle kritiek is weg. Maar ik wil daar niet teveel op ingaan, want ik wil geen oude zeur zijn die klaagt dat vroeger allemaal beter was…”

Maar het was dus wel beter?

“Ik vind van wel, ja. Het was in ieder geval ecologischer, omdat er veel minder papier verspild werd. Ik ben professioneel verplicht om alle kranten te hebben. Om weg te gooien! Pakken papier…dat is toch zinloos? De Standaard heeft nu op zaterdag ook De Standaard Weekblad. Ik heb daar nog maar één artikel in gelezen; een interview met De Wever. Ik doorblader dat eens, en dan de vuilbak in.”

GEHEUGEN

U hebt zich een paar jaar geleden druk gemaakt over de manier waarop men in de kranten de historicus Albert de Jonghe herdacht. Er werd na zijn dood slechts heel summier geschreven over zijn leven en werken.

Karel Van Isacker, jezuïet en historicus, is hetzelfde overkomen. Alle bladen brachten hetzelfde berichtje, zonder commentaar. Stel nu dat ik sterf, wat voor onnozelheden gaan ze over mij vertellen? Er is niemand van mijn generatie die nog actief is. Onze kranten hebben geen geheugen meer. Ze weten niet meer wat iemand van een oudere generatie geweest is in zijn tijd. Van Isacker was natuurlijk meer dan negentig jaar oud toen hij stierf. Maar ik dacht nog bij mezelf: ‘Laat ik maar zo oud niet worden. Want dan wordt het hopeloos’.”

Wat moeten de kranten later over u schrijven?

“Ach. ‘Hij deed zijn best’ (lacht). Daar komt het toch op neer. “

MICHAËL DEVOLDERE

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: