De Zijlijn

Het deelnemersveld van de Belgische politiek wordt vandaag vaak onderverdeeld in “diegenen die (onder)handelen” en “diegenen die aan de kant gaan staan en daar commentaar geven”. Als de pers iets te verwijten valt in de communautaire crisis van de laatste jaren, dan is het misschien in de eerste plaats dat men veel te vaak (en bijna kritiekloos) het taalgebruik van politici overneemt. De pers stapt veel te snel mee in allerlei woordspelletjes, zonder daar eerst eens goed over na te denken. Laten we eens nadenken over de “zijlijn” in de Wetstraat, en over politici die deze uithoek van het politieke spectrum bevolken.

“Aan de zijlijn gaan staan” is duidelijk een pejoratieve uitdrukking. In de media betekent het zoiets als een vlucht van politieke verantwoordelijkheid. Dat is nog zoiets dat veel journalisten nogal makkelijk overnemen: “politieke verantwoordelijkheid” wordt te eenzijdig ingevuld als het voeren van beleid, het deelnemen aan regeringen en het sluiten van akkoorden – welke akkoorden dan ook. Wie aan de zijlijn gaat staan, is een loser – of nog veel erger: een populist. Want dat is altijd de centrale vooronderstelling: aan de zijlijn staan zou makkelijk zijn.

Maar is dat wel zo? Er is genoeg onderzoek dat aangeeft dat regeringspartijen makkelijker de media halen dan oppositiepartijen. Voorwaar geen detail in onze gemediatiseerde democratie. Journalisten vinden makkelijker de weg naar persconferenties die nieuw beleid aankondigen, en zijn meer geneigd om een minister te interviewen dan een mogelijk zeker verdienstelijk oppositielid. De “kanseliersbonus” waarvan de laatste jaren sprake komt natuurlijk niet uit de lucht vallen. Regeringspartijen, zeker de traditionele “families”, hebben bovendien ook een beter contact met de administratie – wat politiek een stuk comfortabeler maakt.  Oppositiepartijen moeten knokken in een politieke arena waarin het belang van het parlement gevoelig is afgenomen, ‘Europa’ veel regelgeving van bovenaf doorschuift naar de lidstaten en massieve programmawetten heel erg “in” zijn.

Oppositie voeren is dus niet makkelijk. Maar, en ook in dat opzicht is de impliciete veroordeling van “de zijlijn” onterecht, oppositie voeren is ook noodzakelijk in een democratie. Momenteel stevent België af op een regering die in Franstalig België feitelijk géén oppositie overlaat. Wie is aan Franstalige zijde het alternatief voor de uittredende regering Di Rupo in 2014? Maar ook vóór de volgende federale verkiezingen heeft de oppositie een rol te spelen. Beleid moet worden gecontroleerd. Wetsontwerpen moeten in vraag worden gesteld. Het parlement mag niet (nog meer) verworden tot een stemmachine. De recente Panorama-uitzending over de wantoestanden in de politiezone HaZoDi heeft geïllustreerd hoe nefast een bestuursmeerderheid met een minieme oppositie, zoals in Hasselt, kan zijn.

Uiteindelijk is het verketteren van de politici aan de zijlijn ook maar deel van de strategische communicatie van de toekomstige bestuurspartijen. Journalisten moeten niet zomaar meestappen in dat taalgebruik. De pers zou het voeren van oppositie moeten opwaarderen. Het is geen makkelijke maar wel een noodzakelijke taak. Onze democratie heeft onderhandelaars nodig, maar minstens even hard zijn we aangewezen op een sterke oppositie die de zwakke punten in elk nieuw akkoord blootlegt. Beide roepingen kunnen eerbaar zijn.  Want politiek is geen voetbal. Wie in de Wetstraat “aan de kant staat” doet wel nog altijd mee.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: